Help, een huis!
Mijn lief en ik hebben een huisje gekocht en dat is 'nogal een bedoening'. Daar moeten dingen voor worden geregeld, daar moeten beslissingen voor worden genomen (à la ‘slaan we die muur nu uit of niet?’) én daar moet veel in gewerkt worden. Niet eenvoudig dus. Volgens mij is ons huis echt een ‘worst case scenario’, ofwel ben ik gewoon ’s werelds grootste drama queen, dat kan ook. Aan jullie om te beslissen.
Hopla, een huis!
De aankoop van ons huis, was een impulsieve – om niet te zeggen onbezonnen – daad. ‘Impulsief?’ Ja, ik weet dat huizen kopen doorgaans niet iets is wat mensen impulsief doen, maar mijn lief en ik vormen volgens mij de uitzondering die deze regel bevestigt. Ik wil enkele dingen kort aanstippen.
Ten eerste: het was het eerste huisje dat we bezochten, met als voornaamste selectiecriterium de prijs. Mijn lief had het gespot als het goedkoopste huisje op Immoweb. Ten tweede: we gingen het bezichtigen op de avond voor mijn examen ‘Wetenschapssociologie’ (note I: ik had nog geen diploma (altijd een goede vertrekbasis om een huis te kopen), note II: niet bepaald een clear head situation). Ten derde, mijn zus was erbij. Laat mijn zus nu juist de persoon zijn, die mega opgewonden wordt van alles wat met immobiliën te maken heeft, ongeacht het uitzicht van het huis.
Dit alles zorgde ervoor dat we bij ons tweede bezoek, gegrepen door een of ander Hollywood-stemming, naar elkaar keken en zeiden: ‘Wij willen graag een bod doen op dit huis’. Voilà. De rest is geschiedenis. Mijn lief en ik hebben dus op een periode van 10 dagen, tijdens mijn blokperiode, een huis gekocht. Als dat niet waanzinnig en impulsief tegelijkertijd is, weet ik het ook niet meer. Iemand die dit verhaal kan toppen? Prijs: eeuwig respect.
De akte is verleden
30 Augustus 2011: De dag van het ondertekenen van de akte bij de notaris en twee dagen voor ik begon aan mijn allereerste job. Een echte job, zo een die al je tijd tussen 9 en 6 van maandag tot vrijdag opslokt; zo een waardoor er op het einde van iedere maand een magisch bedrag op je rekening verschijnt, waarmee je zelf kan overleven, zonder ouders. “How cool is that?”, zou Astrid Bryan zeggen. Die echte job begon op 1 september. Dat was best belangrijk, maar niet op 30 augustus, want dan werd het huis in straat X nummer 1 van ons. Op 30 augustus zou de ‘akte verlijden’. Ik had altijd gedacht dat de akte zou starten of ondertekend zou worden, maar blijkbaar verlijdt ze. En daarmee werd dat kleine huisje van ons. Een echt huis, geen vals, maar een ECHT.
Nu ja, het moet natuurlijk gerenoveerd worden. Het is meer bouwval dan huis, maar op het moment dat we daar bij de notaris zaten, was ik daar nog niet mee bezig. Ik was blij, extatisch bijna. De akte verleed, nog een ander document werd ondertekend en een half uur laten stonden wij getweeën met een fles cava en een stuk of tien sleutels waarvan er “twee zeker op de voordeur passen” voor ons huis, ONS HUIS! Pret alom.
Droom-paleis
Tot we in de gang van ons net verworven paleis stonden. Dan kwam de realiteit. BAM! Komt die even hard aan zeg! Een beetje zoals wanneer je een kind met zijn kleine fietsje in volle snelheid tegen de grond ziet gaan. Niet dat er in de twee maanden sinds ons laatste bezoek iets veranderd was aan het huis. Maar in mijn hoofd was al het vuil ondertussen verdwenen (dank u kaboutertjes!) was het water in de kelder op een –Jezus-en-zijn-vijf-broden-manier opgedroogd, hadden de muren al een klein lekje verf gekregen en heel misschien stond er ook al een nieuwe keuken in, dat geef ik toe. Dat het huis er erbarmelijk uit zag, lag dus eerder aan mij.
Ons arme huisje kon er ook niets aan doen dat het vuil en stinkend was; dat het krioelde van spullen van vorige huurders. Zo raar, in mijn dromen stonden gedurende twee maanden al mijn eigen spullen in het huisje en plots kwam ik daar in een bezet huis, vol andermans spullen. Een huis dat op de koop toe lelijk was, of toch een beetje. Maar daar kon ons huisje niets aan doen. Arm huisje, ons zielepootje, waarvoor we vanaf dan moesten zorgen.
Huilen bij de mama
Eenmaal terug thuis – mijn ouderlijk huis – huilde ik. Met de fles cava en de bos sleutels, waarvan er inderdaad twee op de voordeur pasten, in mijn handen. Als een klein kindje, met heel dikke tranen. Misschien was ik helemaal niet klaar voor een huis, ook niet een kleintje. Want een huis is veel verantwoordelijkheid. En daar kruipt geld in, enorm veel. En vooral, in een huis moet je uiteindelijk ook gaan wonen. Dan mocht ik niet meer in dat mooie, warme, veilige, propere (!) huis van mijn papa en mama wonen.
Mijn ‘eigen’ huisje, dat al lang geen paleis meer was, voelde niet aan als mijn huis en ik voelde me er al helemaal niet thuis. ‘Oost west thuis best’, wat een sucky uitspraak. In feite wilde ik er op dat moment helemaal niet wonen. En het ergste is dat ik heel goed besefte hoe kinderachtig, hoe vreselijk onvolwassen dat was.
Beschaamd en teleurgesteld in mezelf stopte ik me dan maar vol met boterhammen met choco hoewel ik nooit choco eet. Ik had een nostalgische bui, om niet te zeggen dat ik me als een kind van drie aan het gedragen was. Gedurende een uur, vijf boterhammen met choco, een vloed aan tranen en een lange omarming met mijn mama ('Serieus?', denken jullie nu allemaal waarschijnlijk. Zo was het, sorry).
Mouwen opstropen
Dezelfde dag keerden we terug, met een massa munitie: handschoenen, veel handschoenen en vuilniszakken, veel vuilniszakken. En dan stonden we daar, voor de tweede keer die dag. Op dat moment besefte ik voor het eerst waar we aan begonnen. Tot dan toe dacht ik dat we ons huisje wel even snel zouden verbouwen. Het eerste weekend wat muren afkappen, al snel over naar de nieuwe ramen, ergens tussenin ook het sanitair en de elektriciteit regelen en niet veel later zouden we de keuken installeren en kadertjes aan de muren aan het hangen zijn. Een makkie, een klus die mijn lief en ik snel zouden klaren. Niet dus. Vanaf dan besefte ik dat ik veel tijd en zweet in ons huis zou moeten steken. Dat ik er ook een paar gespierde armen en veel voldoening uit zou halen, wist ik dan nog niet. Dat was voor later. Gewapend met handschoenen en werkoutfit begonnen we aan opruimronde 1.
Handschoenen baby!
Handschoenen zijn magisch. Ik zou er nog in geen honderd jaar aan hebben gedacht om pampers op te ruimen, laat staan die van een ander. Handschoenen hebben echter de magische kracht om met één laagje stof een ongelooflijke afstand te creëren tussen jezelf en al die vieze spullen. We vonden vuilzakken met pampers van maart 2010, pannen met vet, ook van maart 2010, een stuk of vijf stofzuigers, knuffels en kleren – kasten vol kleren, nieuwe babykleertjes netjes opgestapeld in lelijke kasten. Uiteindelijk hadden we daar wel veel plezier in.
En het goede is dat het meteen oplevert. Als je houdt van direct resultaat: niets beters dan een heel vuil huis opkuisen. Je steekt alles in de vuilzak en hupla, het is weg. Dat zou een nieuwe sport kunnen worden: ‘Agressive cleaning’ of zo.
Wat hebben we geleerd: van verbouwen word je groot. Huilen bij de mama, ok. Maar daarna, suck it up and go to work. De enige weg, is de weg vooruit. Dank u, Phil Bosmans.
- Lees ook de andere afleveringen uit de reeks Help, een huis!





